ALLES OVER WIELRENNEN

Tips voor gevorderden

  • Ten eerste: je fietstechniek en traptechniek. Als gevorderden wielrenner is je conditie prima in orde. Nog de nodige winst kan je halen in het verbeteren van je fietstechniek en traptechniek. Met een juiste techniek kost het minder energie om een bepaald fietstempo te handhaven. Je fietst makkelijker en efficienter. Voor meer info: Fietstechniek racefiets.
  • En: Fietstechniek mountainbike.
  • En: Traptechniek.
  • Naar aanleiding van vorige tip: een goede fietstechniek en traptechniek is ook blessurepreventief.
  • Zorg ervoor dat je veel plezier blijft houden in je trainingen en toertochten. Als je plezier de laatste tijd wat minder is geworden ga dan na hoe dat komt. Mogelijk is je fietskleding te warm of te koud. Of stel je te hoge eisen aan je zelf. Of fiets je te veel toertochten. Loop je trainingsschema nog eens goed na. Je kunt ook vaker gewoon een stuk gaan fietsen, je komt dan op plekken waar je nog nooit bent geweest. Of een tijdje niet wielrennen, maar een andere sport gaan doen.
  • Veel gevorderden wielrenners ontwikkelen in de loop van de tijd vaste trainings-gewoontes. Bijvoorbeeld: woensdag: intervaltraining, donderdag: hersteltraining en zondag: een lange rustige duurtraining. Op zich is daar niets mis mee, het geeft structuur in je trainingen. Het is echter beter in de loop van het trainingsjaar variatie aan te brengen in je trainingen. Zo kan je aan het eind van het seizoen een periode geen extra lange duurtrainingen of/en intervaltrainingen doen. Het nut hiervan is dat je lichaam beter reageert op de trainingsprikkel als je weer meer gaat trainen. Als je week in week uit altijd hetzelfde doet raakt je lichaam gewend aan de prikkel.
  • Intensieve intervaltraining
    Ook voor gevorderden wielrenners is het niet verstandig om vaak te trainen boven de drempeltraining. Intensieve intervaltraining (105 % tot maximaal 110 % van anaŽrobe drempel) kunnen gevorderden fietsers een periode van maximaal zes weken doen in de intensieve periode van een schema. Intensieve intervaltraining wordt niet gebruikt in het 100 km en 200 km trainingsschema.
  • Intensieve duurtraining (tempo 3)
    Met intensieve duurtraining (tempo 3) moet je ook voorzichtig omspringen. Deze trainingsvorm doen je alleen in de algemene en specifieke voorbereidingsperiode om het aŽrobe duurvermogen te verbeteren. Tijdens de intensieve periode doe je deze trainingsvorm niet, omdat de hersteltijd tijdens de intensieve periode te lang is.
  • Wanneer je als beginnende wielrenner hoge verwachtingen van jezelf had en je fietsprestaties vallen in de loop van de jaren tegen leer dan (toch) tevreden over je fietsprestaties. Wedstrijden zijn gewoon leuk en gezellig om te doen. Het is belangrijk dat je met veel plezier trainingen doet. Wees dus tevreden dat je lekker intensief kan sporten; veel mensen kunnen dat niet.
  • Bij duursporters is vooral een vitamine B1 en B2 tekort mogelijk, omdat er het energieverbruik hoog is. Vitamine B zorgt voor het benutten van de energie die vrijkomt bij de afbraak van koolhydraten: bij elke 1000 kcal opgenomen door koolhydraten moet 0,5 mg B1 en 0,7mg B2 worden gebruikt
  • Na training is voeding de belangrijkste factor waarmee je je prestatievermogen kunt verbeteren.
  • Gebruik na afloop van een toertocht of zware training flink wat koolhydraten. Hoe eerder, hoe beter dat is voor een snel herstel. Houd er ook rekening mee, dat als je geen hongergevoel meer hebt je lichaam toch niet voldoende heeft gekregen. Neem daarom in de loop van de avond nog wat extra. Bijvoorbeeld: ontbijtkoek, brood of koolhydratendrank.
  • Beperk het gebruik van energierijke tussendoortjes als koek en snoep zoveel mogelijk. Ze bevatten vrijwel geen vitamines en mineralen.
  • Bernard Hinault maakte van zijn tijdritten een lange sprint. Hij reed min of meer voluit van het ene opvallende kenmerk langs de weg naar het andere. Probeer het maar eens uit. Voor meer info: Wedstrijd en toertocht voorbereiding.
  • Motivatie kan ook tegen je werken. Door te hard te trainingen kan je geblesseerd (zie ook: Blessurepreventie) of Overtraindheid raken. Ook ligt faalangst op te loer. Wanneer prestaties tegen vallen kan dat voor een goed gemotiveerde sporter zeer demotiverend werken.
  • Door de bomen het bos niet meer zien
    Door de verschillende trainingsvormen wordt het hart- en vaatstelsel, longen en spier- en peesstelsel op verschillende wijze belast. Zo worden tijdens een lange rustige duurtraining de spieren (onder andere de glycogeenvoorraad) veel meer belast dan het hart. Omdat de rusthartslag de volgende dagen lekker laag is, denk je dat de eerstkomende training gemakkelijk gaat. Dat hoeft echter helemaal niet het geval te zijn. Dit komt doordat je beenspieren nog (lang) niet hersteld zijn. Doe daarom gewoon een hersteltraining in plaats van dat je die hartslagzone koste wat het kost wilt bereiken.


Stuur door